You're not allowed copy content without my permission. Contact me if you want to use my content.
Emma Storris

Western rijden: cowboytje spelen of toch veel meer?

Iedereen heeft vast wel eens zo’n western film gezien. Jakkerend over de prairie lijkt de ruiter weinig te maken te hebben met wat het paard aan het doen is. Je krijg het idee dat die knop op het zadel vooral nodig is om ervoor te zorgen dat de ruiter blijft zitten. Maar schijn bedriegt; de westernstijl van rijden vereist juist een heel specifieke en subtiele manier van interactie met je paard. Hoe dat zit? Dat gaan we je hier trachten uit te leggen.

Western versus Engels rijden

Om te beginnen rijdt een westernruiter met een andere uitrusting dan de Engelse ruiter. Niet alleen ziet het zadel er heel anders uit, technisch zit het ook niet hetzelfde in elkaar. Het heeft een grotere drukverdeling en andere beugelophanging. Je zit daardoor veel dieper en op je kontzakken op je paard, met meer beenlengte langs de paardenbuik. Hierdoor kun je met kleine zit- en beenhulpen duidelijk met je paard communiceren. Verder wijkt het gebruik van het hoofdstel af. Er is namelijk geen tot weinig contact met de mond van het western gereden paard. In plaats van met directe teugelhulpen wordt er neckreining gebruikt. Neckreining is het sturen van het paard door het aanleggen van de teugel tegen de hals.

Kortom, de beide stijlen verschillen nogal. De oorzaak hiervoor – en dan komen we meteen bij de essentie van wat western rijden is – ligt in de oorsprong van de rijstijl. Western rijden is ontstaan vanuit de noodzaak van de ruiter om te kunnen werken vanaf zijn paard. Dit was alleen mogelijk als er minstens één hand vrij was en paard en ruiter aan een half woord genoeg hadden om elkaar te begrijpen. Minimale hulpen zorgden voor de nodige doelmatigheid. Neckreining heeft zich ontwikkeld vanuit de noodzaak om een hand beschikbaar te houden voor andere dingen dan rijden.

Neckreining: hoe doe je het en hoe leer je het aan?

Zoals gezegd, neckreining is het sturen van het paard door het aanleggen van de teugel tegen de kant van de nek die tegenovergesteld is aan de kant waar je heen wilt. Als je naar links wilt leg je dus je rechterteugel tegen de rechterzijde van de nek. Feitelijk is het een manier om wijken voor druk te gebruiken. Wanneer je paard neckreining eenmaal perfect begrijpt, kun je dit relatief makkelijk doorzetten naar het rijden op een neckrope of halsring. In principe kan ieder paard dit leren, zelfs als het al jaren getraind is in de Engelse stijl. In alle gevallen kun je dit op eenzelfde manier aanpakken.

Belangrijk is dat je tijdens de training een vaste serie bewegingen gebruikt, die altijd begint met de feitelijke neckreining (het aanleggen van de teugel tegen de hals). Op deze manier kun je het paard optimaal helpen begrijpen wat je wilt en steeds een beweging eraf halen, tot je uiteindelijk alleen nog maar de teugel hoeft aan te leggen.

De serie bewegingen is als volgt:

  • Neem je linkerteugel in je linkerhand en je rechterteugel in je rechterhand. Omdat we zo duidelijk mogelijk willen communiceren, rijden we in dit stadium gewoon met een dubbelhandige teugelvoering. Zorg dat de teugels iets doorhangen, zodat er geen contact is met de mond.
  • Leg de buitenteugel tegen de hals, terwijl je ‘de bocht in kijkt’. Hierdoor helpt je zit met het sturen.
  • Leg je buitenbeen aan.
  • Open de binnenteugel, zodat je actief stuurt in de richting waar je heen wilt. Zolang je deze fase nodig hebt, is er op dit moment contact met het bit aan de kant van je binnenteugel.
  • Zodra het paard de kant op gaat die je op wilt, ga je terug naar de beginpositie. De timing hiervan luistert nauw. Zodra je paard reageert, moet alle druk meteen wegvallen. Train je eigen reactievermogen voor je aan het trainen van je paard begint.

Deze volgorde hou je consequent aan zolang als het nodig is. Laat de handelingen elkaar steeds sneller opvolgen, zodat je paard doorkrijgt dat ze aan elkaar gelinkt zijn. Zorg echter wel dat er altijd een duidelijke volgorde blijft; je begint altijd met het leggen van de teugel tegen de nek.

Je zult merken dat je paard steeds sneller doorheeft wat je wilt. Op het moment dat je paard de bocht al ingaat terwijl je alleen nog maar je buitenbeen hebt aangelegd, kun je de hulp van je binnenteugel laten vallen. Zodra het paard meteen op de neckreining reageert, kun je het uiteraard daarbij laten. Je blijft wel altijd kijken naar waar je heen gaat. Met dit laatste bepaal je grotendeels hoe scherp je bocht wordt, doordat je zit verandert en omdat je automatisch je teugel net op een andere plek tegen de hals legt.

Het aanleren doen we in stap. Pas wanneer het paard in stap begrijpt wat de bedoeling is, kun je het in steeds snellere gangen gaan proberen. Blijf dit met dubbelhandige teugelvoering doen tot het paard in alle gangen goed begrijpt wat je wilt. Pas dan kun je gaan denken aan het rijden met de teugels in één hand. Traditioneel is dit de hand waarmee je niet schrijft. Je dominante hand houd je als cowboy of cowgirl namelijk gereserveerd voor je werk.

Mijn paard begrijpt het niet meteen. Wat nu?

Het ene paard heeft sneller door wat de bedoeling is dan het andere. Als het niet meteen lukt betekent dat vooral dat jij het duidelijker uit moet leggen. Setting it up for success is het motto hierbij. Hou nog steeds dezelfde volgorde aan en maak de bewegingen groter. Eventueel kun je iemands hulp vragen, die of aan je buitenteugel gaat staan en de druk die je wilt uitoefenen verduidelijkt of (als dat niet werkt) je binnenteugel hulp kracht bij zet. De ervaring leert echter dat dit meestal niet nodig is en grootse bewegingen vaak al werken.

Herhaling is uiteraard de kracht van de boodschap, dus de oefeningen die je kunt gebruiken om dit proces te helpen, zijn het rijden van veel slangenvoltes en het rijden van parcoursen rond pionnen. Langzame rollbacks (het 180 graden draaien om de achterhand waarbij het binnenbeen blijft staan) tegen een wand zijn ook goed bruikbaar. De wand helpt dan je paard zien dat het de bocht om moet.

Daarnaast kan een ander soort teugel helpen. Probeer eens een mecate teugel bij het trainen. Deze teugels zijn gemaakt van paardenhaar en hierdoor wat ruw. Het paard voelt de teugel daarom beter tegen zijn nek liggen, hetgeen echt een kwartje kan doen vallen.

Ben je onzeker over of je het wel goed aanpakt of kom je er niet uit? Een les bij een goede westerninstructeur is dan een goed idee.

Western rijden ervaren? Dat kan!

Wil je eens ervaren hoe dat is, westernstijl rijden? Dat kan. Voor de bezoekers van Equiday geven wij een gratis westernles weg op trainingsstal Starnmeer. Om deze te winnen maak je een foto van jezelf met het Freedom Freestyle Funny spandoek dat ergens op Equiday te vinden is. Deze foto post je op de Facebook pagina van Freedom Freestyle Funny (zoek op @freestyleFunny). Uit de foto’s zullen wij vervolgens twee gelukkige winnaars loten.

Dit artikel verscheen in april 2017 in Equiday Magazine.